Respectloos, narcistisch, en teer als sneeuwvlokjes: Denkbeelden over de hedendaagse jeugd als stereotypes.
- Centrum voor Ontwikkelings- en Motivatiepsychologie

- 17 uur geleden
- 9 minuten om te lezen
In nogal wat actuele maatschappelijke debatten over opvoeding en onderwijs circuleren negatieve opvattingen over de jongeren van nu en hoe ze door hun ouders worden grootgebracht. Om te verklaren waarom er in scholen een stijging is in het aantal schorsingen en in gedragsproblemen, stellen sommigen dat jongeren vandaag geen respect voor autoriteit meer zouden hebben. Door de lakse opvoeding die ze kregen zouden ze geen regels meer aanvaarden en zich vaker onrespectvol en brutaal opstellen.
Vlaams minister van onderwijs Zuhal Demir lanceerde in reactie op deze trend een actieplan ‘Goed Gedragen’ dat als doel heeft om via klasmanagement de rust te laten weerkeren in scholen.
Uit de onderwijsdebatten komt nog een ander denkbeeld over jongeren naar voor: de dalende onderwijsprestaties zouden te wijten zijn aan de meer zelfingenomen houding van leerlingen vandaag. Ze gedragen zich als hooghartige consumenten van het onderwijs, die menen recht te hebben op een diploma zonder daar veel inspanning voor te moeten doen.
Als er problemen opduiken, dan wijzen ze gemakkelijk naar anderen (meestal de leerkracht of de directie). De wil om hard te werken voor een resultaat is ver te zoeken en jongeren zouden hun eigen capaciteiten sterk overschatten. Zo’n narcistische houding zou het resultaat zijn van een opvoeding waarbij ouders hun kroost op een voetstuk plaatsen en hen overmatig bewieroken voor al bij al middelmatige prestaties (de zogenaamde “zesjescultuur”).
Naast de opvattingen dat jongeren respectloos en narcistisch zijn, is een derde denkbeeld dat jongeren vandaag tere kasplantjes zijn die niet overweg kunnen met tegenslagen, obstakels, of feedback.
Jongeren zouden overgevoelige sneeuwvlokjes geworden zijn die niet meer tegen een stootje kunnen. Deze kwetsbaarheid zou het gevolg zijn van een overbeschermende of ‘bepamperende’ opvoeding die ze hebben genoten: grootgebracht door helikopterouders die preventief alle problemen voor hen oplosten, zouden ze nooit geleerd hebben om zelf moeilijkheden aan te pakken.
Wat is het waarheidsgehalte van de denkbeelden over de hedendaagse jeugd?
Hoe moeten we deze opvattingen over jongeren vandaag -- en de opvoeding die ze krijgen -- inschatten? Bevatten ze een kern van waarheid en typeren ze de huidige generaties van jongeren echt of zijn het veeleer stereotypes die niet overeenkomen met de feiten?
Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Daar hebben we immers betrouwbare data voor nodig die historische trends documenteren. En zo’n betrouwbare data zijn nu net vrij schaars. Vooral nuttig zijn cross-temporele vergelijkingen, waarbij een kenmerk op dezelfde manier werd gemeten bij jongeren van dezelfde leeftijd, maar geboren in een verschillend tijdperk. Internationaal cross-temporeel onderzoek toont bijvoorbeeld, vanaf de jaren 90’ tot nu, een dalende trend in problematisch gedrag bij jongeren, waaronder agressie, criminaliteit, en middelengebruik [1-7]. Deze daling staat in schril contrast tot het idee dat de jongeren vandaag zich in toenemende mate respectloos en moeilijk gedragen.
Uiteraard zijn er jongeren die zich agressief opstellen tegenover leerkrachten en ouders, en mogelijks is de manier waarop ze agressie uiten extremer geworden dan vroeger, maar op het niveau van de totale jongerenpopulatie lijkt de jeugd van tegenwoordig “braver” te zijn dan vroeger.
Ook het idee dat jongeren vandaag meer dan ooit narcistisch zijn en een label zoals ‘Generation Me’ verdienen [8], kunnen we in vraag stellen. Hoewel er in de jaren ’90 een beperkte toename was in narcisme bij jongeren, is zo’n stijging de voorbije jaren niet meer zichtbaar en is er zelfs sprake van een dalende trend [9]. Er is toenemende consensus dat de veronderstelde narcisme-epidemie dood en begraven is. Jongeren vandaag blinken helemaal niet uit in zelfvertrouwen: zelfkritisch perfectionisme en het gevoel te moeten beantwoorden aan hoge standaarden nemen juist toe [10-11]. De huidige generatie jongeren wentelt zich dus niet “chill” in zelfgenoegzaamheid, maar vindt eerder dat het er hard aan toegaat in een competitieve wereld.
Over het denkbeeld van de sneeuwvlokjes zijn op dit moment het minst rechtstreeks relevante gegevens beschikbaar. Men zou kunnen zeggen dat de goed gedocumenteerde toenames in mentale gezondheidsproblemen bij jongeren (zoals angst en depressie) bewijs leveren voor dit denkbeeld [12]. Maar het zou ook kunnen dat jongeren vandaag opgroeien in meer onzekere maatschappelijke omstandigheden, waarbij hun mentale klachten dus in verhouding staan tot de objectief toegenomen uitdagingen waar ze tegenover staan. Ook voor het beeld van de toegenomen ouderlijke “bepampering” en helikopteropvoeding bestaat weinig direct bewijs.
Een recente cross-temporele analyse toont dat er vanaf de jaren ’70 tot nu slechts een bescheiden toename is in overbeschermend opvoeden [13]. Die toename is zo klein dat ze geenszins het idee rechtvaardigt van een escalerende ouderlijke betutteling en bijhorende sneeuwvlokjesmentaliteit.
Denkbeelden over de hedendaagse jeugd als vorm van vooroordeel
Als er voor de verschillende negatieve denkbeelden over jongeren van nu zo weinig wetenschappelijke evidentie bestaat, zouden we dan niet beter spreken over stereotypes? In een recente bevraging van volwassenen met kinderen onder de 25 jaar (N = 524), onderzochten we in welke mate ouders vinden dat de drie negatieve denkbeelden (respectloos, narcistisch, en sneeuwvlokjes) van toepassing zijn op jongeren in het algemeen én op hun eigen kinderen in het bijzonder. De deelnemers vonden dat deze denkbeelden veel sterker opgingen voor jongeren in het algemeen dan voor hun eigen kinderen. Het is natuurlijk eigen aan mensen om zichzelf (en hun kinderen) beter in te schatten dan anderen. Toch kan die grote kloof tussen het toeschrijven van negatieve kenmerken aan de huidige generatie jongeren, maar niet aan individuele jongeren die volwassenen goed kennen, ook wijzen op een vertekend beeld van de jeugd.
De denkbeelden over jongeren vandaag zouden dus wel eens grotendeels stereotypes kunnen zijn.
Wray-Lake en collega’s (2025) stellen dat dergelijke stereotypes vaak hand in hand gaan met vooroordelen (negatieve gevoelens tegenover jongeren) en discriminatie (gedragsmatige vormen van uitsluiting en onderdrukking). Het geheel van deze negatieve denkbeelden, gevoelens, en gedragingen benoemen ze met de term ‘anti-youth ageism’. [14] Net zoals er over ouderen vooroordelen bestaan (‘ageism’), kunnen ook jongeren geconfronteerd worden met eenzijdige en stereotype opvattingen over hun leeftijdsgroep. [15]
Die opvattingen sluipen de publieke opinie binnen via zowel klassieke als nieuwe media en kunnen uitvergroot worden via onzorgvuldige wetenschapscommunicatie. Het wordt vooral problematisch wanneer anekdotische ervaringen voldoende zijn om veralgemenende uitspraken te doen over de jeugd. Wat we echt nodig hebben zijn grootschalige, representatieve studies, waarbij historische evoluties in de kenmerken van jongeren systematisch en met koele wetenschappelijke blik worden gemonitord.
Hoe onschuldig zijn deze denkbeelden?
Los van de vraag naar het waarheidsgehalte van de denkbeelden over de hedendaagse jeugd, is het ook de vraag of die denkbeelden gewoon onschuldige meningen zijn. Of hebben deze ideeën echte implicaties voor hoe volwassenen zich verhouden tot jongeren vandaag?
Deze denkbeelden zijn volgens ons niet zo onschuldig als ze lijken. Een terugkerende vaststelling in lopende studies in ons centrum voor Ontwikkelings- en Motivatiepsychologie (comugent.be) is dat volwassenen die deze negatieve denkbeelden over de hedendaagse jeugd meer onderschrijven aangeven op een meer controlerende of dwingende manier met jongeren om te gaan. [16]
Ze proberen vaker hun verwachtingen op een eisende manier af te dwingen (bijvoorbeeld door te bevelen, te dreigen met straf of het wegnemen van privileges) of ze worden zelfs persoonlijk aanvallend (bijvoorbeeld door schuldgevoelens aan te praten, persoonlijke ontgoocheling te laten blijken, of kwetsende opmerkingen te maken). Die samenhang zien we zowel voor ouders ten opzichte van hun kinderen als voor leerkrachten ten opzichte van hun leerlingen.
Wat precies de aard is van het verband tussen de negatieve denkbeelden van volwassenen en hun controlerende communicatie, is nog niet duidelijk. Deze denkbeelden zouden kunnen functioneren als een rechtvaardiging voor het controlerend gedrag van volwassenen, dat diverse andere oorzaken kan hebben, zoals uitputting. Even goed beschouwen leraren en ouders zo’n dwingende stijl als noodzakelijk om jongeren iets bij te brengen. Die stijl zou dan helpen om respect voor autoriteit aan te leren, narcistische jongeren een toontje lager te laten zingen, en weerbaarheid bij te brengen aan de sneeuwvlokjes.
Echter, de idee dat een dwingende of controlerende stijl zo’n gunstige effecten heeft wordt niet bevestigd in onderzoek. Wel in tegendeel. Een dergelijke dwingende communicatiestijl is demotiverend en voorspellend voor zowel verminderd welzijn als gedragsproblemen. [17-19] Ironisch genoeg zou het gebruik van dwingende communicatie dus wel eens die uitkomsten in de hand kunnen werken die volwassenen met negatieve denkbeelden over jongeren het meest verfoeien. Om jongeren veerkracht en normbesef bij te brengen, is meer nodig dan de druk opschroeven. Dat zou wel erg eenvoudig zijn.
Jongeren hebben er vooral baat bij als volwassenen richting geven (structuur) binnen een warme en ondersteunende relatie (verbondenheid) en op een manier waarbij jongeren zich erkend voelen en eigen keuzes kunnen maken (autonomie) [20].
Negatieve stereotypes over de huidige jeugd zijn niet onschuldig. Ze kunnen een self-fulfilling prophecy worden en reële gevolgen hebben. We pleiten er dan ook voor om in het maatschappelijk debat kritisch te blijven tegenover denkbeelden over de jeugd, hoe wijd verspreid ze ook mogen zijn, en om erg voorzichtig te zijn met veralgemenende uitspraken over jongeren. Zulke uitspraken bemoeilijken het debat, leiden tot polarisatie, en helpen finaal niemand echt verder. [20]
Referenties
[1] Oberwittler, D., & Svensson, R. (2025). The international youth crime drop: Evidence and explanations. Crime and Justice, 54(1), 153-216.
[2] Askari, M. S., Rutherford, C. G., Mauro, P. M., Kreski, N. T., & Keyes, K. M. (2022). Structure and trends of externalizing and internalizing psychiatric symptoms and gender differences among adolescents in the US from 1991 to 2018. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 57(4), 737-748.
[3] Miech, R., Keyes, K. M., O'Malley, P. M., & Johnston, L. D. (2020). The great decline in adolescent cigarette smoking since 2000: Consequences for drug use among US adolescents. Tobacco Control, 29(6), 638-643.
[4] Moss, S. L., Santaella‐Tenorio, J., Mauro, P. M., Keyes, K. M., & Martins, S. S. (2019). Changes over time in marijuana use, deviant behavior and preference for risky behavior among US adolescents from 2002 to 2014: Testing the moderating effect of gender and age. Addiction, 114(4), 674-686.
[5] Coley, R. L., Leer, J., & Lanteri, L. (2025). Trends in mental and behavioral health risks in adolescents: 1999-2021. Pediatrics, 155(4), e2024068774.
[6] Slade, T., Chapman, C., Halladay, J., Sunderland, M., Smout, A., Champion, K. E., ... & Teesson, M. (2024). Diverging trends in alcohol use and mental health in Australian adolescents: A cross‐cohort comparison of trends in co‐occurrence. JCPP Advances, 4(3), e12241.
[7] Chester, K. L., Callaghan, M., Cosma, A., Donnelly, P., Craig, W., Walsh, S., & Molcho, M. (2015). Cross-national time trends in bullying victimization in 33 countries among children aged 11, 13 and 15 from 2002 to 2010. The European Journal of Public Health, 25(suppl_2), 61-64.
[8] Twenge, J. M. (2014). Generation Me: Why today’s young Americans are more confident, assertive, entitled and more miserable than ever before. New York, NY: Atria.
[9] Wetzel, E., Brown, A., Hill, P. L., Chung, J. M., Robins, R. W., & Roberts, B. W. (2017). The narcissism epidemic is dead; long live the narcissism epidemic. Psychological Science, 28(12), 1833-1847.
[10] Curran, T., & Hill, A. P. (2019). Perfectionism is increasing over time: A meta-analysis of birth cohort differences from 1989 to 2016. Psychological Bulletin, 145(4), 410–429.
[11] Curran, T., & Hill, A. P. (2022). Young people’s perceptions of their parents’ expectations and criticism are increasing over time: Implications for perfectionism. Psychological Bulletin, 148(1-2), 107–128.
[12] McGorry, P. D., Mei, C., Dalal, N., Alvarez-Jimenez, M., Blakemore, S. J., Browne, V., ... & Killackey, E. (2024). The Lancet Psychiatry Commission on youth mental health. The Lancet Psychiatry, 11(9), 731-774.
[13] Van Petegem, S., Eira Nunes, C., Soncini, A., Selçuk, S., Venard, G., Lamprianidou, E., Soenens, B., Zimmermann, G., & Leijten, P. (2025). Historical and cultural differences in perceived overprotective parenting from 1976 to 2023: A cross-temporal meta-analysis. In S. Van Petegem (Chair), Raising children in a changing social world: How sociocultural context shapes parenting. Symposium presented at the annual meeting of the Belgian Association for Psychological Sciences (BAPS), May 26-27, 2025, Université Libre de Bruxelles (ULB).
[14] Wray-Lake, L., Rottenberg, J., & Kennedy, H. (2025). Anti-youth ageism: What it is and why it matters. Child Development Perspectives, 19(3), 172-178.
[15] Wray-Lake, L., Henderson, D. K., Rottenberg, J., Lee, S., Wilf, S., Umo, R., & Saavedra, J. A. (in press). Adolescents’ experiences of anti-youth ageism. Journal of Adolescent Research.
[16] Vennincx, J., Morbée, S., Flamant, N., Vansteenkiste, M., & Soenens, B. (2025). Kids these days! Generational beliefs and their role in shaping teaching and parenting practices. Paper presented at the 11th SELF International Conference, November 18-21, Singapore.
[17] Ryan, K. M., Zimmer-Gembeck, M. J., Hawes, T., Kovacs, T., & Leahy, N. (in press). Intrusive parenting and adolescent internalizing and externalizing symptoms: Three-level meta-analytic reviews considering parenting concepts and methodology. Clinical Child and Family Psychology Review.
[18] Bradshaw, E. L., Duineveld, J. J., Conigrave, J. H., Steward, B. A., Ferber, K. A., Joussemet, M., Parker, P. D., & Ryan, R. M. (2025). Disentangling autonomy-supportive and psychologically controlling parenting: A meta-analysis of self-determination theory’s dual process model across cultures. American Psychologist, 80(6), 879–895.
[19] Howard, J. L., Slemp, G. R., & Wang, X. (2025). Need support and need thwarting: A meta-analysis of autonomy, competence, and relatedness supportive and thwarting behaviors in student populations. Personality and Social Psychology Bulletin, 51(9), 1552-1573.
[20] Vansteenkiste, M., & Soenens, B. (2025). Het ABC van motivatie in onderwijs: Een psychologische basis voor elke leerling en leraar. Lannoo.



Opmerkingen